Voor wedstrijdschoenen telt maar één ding: je moet er zo hard mogelijk op kunnen lopen, zónder geblesseerd te raken natuurlijk. Zeker voor langere wegwedstrijden is een beetje demping prettig, maar dat hangt uiteraard weer af van het gewicht en de loopstijl van de loper af. Té zachte schoenen zijn funest voor de snelheid, al zijn ze nog zo licht. Daarnaast moet de schoen perfect rond de voet zitten, zodat de voet bij scherpe bochten niet onder de voet schuift, en de grip op de weg moet goed zijn. Zit er een wat harder slijtrubber onder de schoen, dan is er bij een nat wegdek de kans dat de voet bij iedere afzet gaat slippen. Uiteraard kost dit snelheid, maar het is ook nog eens erg belastend voor de hamstrings.

Vaak gebruiken baanatleten voor snellere intervaltrainingen liever lichte schoenen in plaats van spikes. Voor wegatleten, die ook op de baan trainen geldt hetzelfde.  In dergelijke gevallen zijn de lichte trainingsschoenen en wedstrijdschoenen een uitkomst. Bij een natte atletiekbaan is het van belang, dat het slijtrubber niet te hard is, want dan gaat de schoen ook weer snel slippen. Bij aangevroren banen ben je weer beter uit met een profiel, dat een beetje tussen de korrels van de baan kan aangrijpen. Dat lukt vaak niet met de typische wedstrijdschoenen, omdat daar vaak juist heel weinig profiel onder zit. Zowel voor de natte baan, als voor de aangevroren baan kun je je slijtzool zó aanpassen, dat een goede grip altijd gewaarborgd blijft.