Zoals uit de informatie over loopschoenen al is gebleken, zijn er veel verschillende soorten schoenen, en even zo veel loopstijlen en voetvarianten. Dat men daardoor op een gegeven moment door de bomen het bos niet meer ziet is begrijpelijk. Vooral beginnende hardlopers/hardloopsters hebben vaak geen enkel idiee, waar ze voor moeten kiezen. Dan wordt er natuurlijk al snel voor een bekend merk en de “looks” gegaan, want dat zal wel goed zijn.

Daarom moet een goede hardloopschoenverkoper veel verstand van zaken hebben. Als de verkoper zelf hardloopt, heeft hij/zij er wel meer gevoel bij, maar hardlopende verkopers hebben de neiging om hun eigen ervaringen in hun advies mee te laten wegen. En dat kan niet de bedoeling zijn. Zij zijn ook één van de velen, met hun persoonlijke eigenschappen. Als bijvoorbeeld de verkoper een lichtvoetige marathonloper is, en hij adviseert zijn lekker lopende lichte trainingsschoenen aan een beginnende hardloper van 100kg, dan zal het zéker mis gaan. Een zo goed mogelijk op feiten gebaseerd advies is het beste advies.

Een fysiotherapeut heeft veel verstand van blessures én het menselijk lichaam. Als deze de sporter analyseert op zijn bewegingspatroon, terwijl deze op zijn schoenen loopt, dan kan een goede (sport-)fysiotherapeut al vrij goed inschatten of de schoen met een mogelijke blessure te maken heeft. Het gaat echter nogal eens fout, wanneer de fysiotherapeut alleen maar de schoen in zijn handen neemt en die bekijkt, en vervolgens op deze inspectie een conclusie trekt. Het is onbetrouwbaar op dergelijke wijze te beoordelen, of een schoen wel of niet geschikt/in orde is. Ook wanneer een schoenadvies gegeven wordt aan de hand van een lijstje, dat de fysio van een winkel heeft gekregen is erg onbetrouwbaar.

Dan zijn er de podotherapeuten en podologen. Zij hebben veel verstand van allerlei voetklachten. Helaas is de kennis van hardloopschoenen van de gemiddelde podoloog/podotherapeut erg slecht. Vaak wordt er alleen maar gekeken naar het voettype en de voetenstand, en wordt de afwikkeling geheel genegeerd. En dat, terwijl juist die beweging vaak de oorzaak van klachten is. Zo worden er vaak onnodig zolen aangemeten, omdat sporters op een foute schoen lopen. Een slechte schoen kan niet goed gemaakt worden met een zooltje. De inlegzool is bedoeld voor extra opvang ín de schoen. De enige die kan beoordelen in wat voor schoen een zooltje moet, is de deskundige hardloopschoenverkoper, die de eigenschappen van de loopschoenen kent.

Jammergenoeg is het tot nu toe onmogelijk gebleken, geautomatiseerde schoenadviezen te geven met behulp van computersoftware. Er zijn eenvoudigweg té veel variabelen, die uiteindelijk bepalen, welke schoen het beste bij iemand past. Het is al eens geprobeerd door TNO, maar het werd geen succes: een uren durend onderzoek, en dan nog niet uitkomen op de ideale schoenen. De diverse merken hardloopschoenen hebben wel een soort digitale hulpkeuze, maar die kan tóch tot een totaal verkeerd advies leiden.

footscanDeskundigheid uit zich niet in het werken met allerlei imponerende apparatuur. Zo wordt er nogal eens gewerkt met scanners, die tijdens de (hard-)loopbeweging het drukverloop onder de voet registreert. Dat geeft dan allerlei mooie plaatjes, maar het zijn wél indirecte afleidingen van het bewegingsverloop. En vaak rolt er dan automtisch een zooladvies uit de computer… Voor wetenschappelijk onderzoek kunnen dergelijke scanners heel veel informatie opleveren, maar die informatie gaat de gemiddelde sportschoenverkoper de pet ver te boven. En heeft hij ook helemaal niet nódig. Bovendien kan er met met zo’n scanner natuurlijk nóóit bepaald worden wélke schoen wel of niet geschikt is. In handen van een ondeskundige is dergelijke apparatuur eigenlijk nog minder gewenst, want die kan eventuele fouten in de scan niet herkennen.

Looptrainers zijn helaas ook niet allemaal helemaal betrouwbaar. Die gaan vaak ook uit uit van eígen ervaring, en er bestaat een groot verschil in niveau van kennis tussen diverse trainers. Helaas worden er vaak allerlei onwaarheden met grote stelligheid beweerd.

Zogenaamde “statische” beoordelingen zijn wat ons betreft helemaal uit den boze. Iemand moet met zijn voeten op een glasplaat, scanner (of met natte voeten op de badkamervloer) gaan staan, en daaruit wordt vervolgens geconcludeerd of een schoen neutraal of antirpronerend moet zijn. Een holle voet zou altijd supineren, en een platvoet zou altijd overproneren. Beide zijn absoluut onjuist.

Zo blijkt, dat het zo goed mogelijk adviseren veel kennis en vaardigheid eist. En zelfs dan kunnen er nog fouten gemaakt worden. Er wordt namelijk met mensen gewerkt, en net als bij medicijnen en therapieën reageert niemand precies hetzelfde op dezelfde ingreep/aanpassing. Automatiseren leidt dan al snel tot problemen bij mensen, die niet binnen het gemiddeld vallen.