Hardloopschoenen “In den beginne”

Het hardlopen als vrije-tijdsbesteding is in de loop der jaren flink veranderd. Tot en met de jaren ’70 van de vorige eeuw waren het voornamelijk mannen die aan hardlopen deden. Het was bovendien ook vooral een wedstrijdsport, dus de meeste hardlopers waren van het magere, slanke en lichte type. Er werd vooral op de sintel- of gravel-baan gelopen, of in de natuur (crossen- veldlopen).

De lopers van die tijd hadden dan vaak voldoende aan vrij dunne canvasschoentjes, omdat er eigenlijk nooit op verharde oppervlakken werd gelopen. Voor op de atletiekbaan waren dat uiteraard de spikes, met langere punten eronder dan tegenwoordig op de kunststofbanen.

Dempende zolen

In de jaren tachtig werd het lopen steeds populairder, en werd er meer en meer op onnatuurlijke, verharde oppervlakken gelopen. Die harde ondergrond bleek voor een aantal lopers té belastend, en er werd gezocht naar meer dempende hardloopschoenen. Er werden diverse tussenzoolmaterialen ontwikkeld, die die extra demping konden geven. De schoen werd een stuk dikker door die dempende tussenzolen. Omdat dempende materialen niet slijtvast zijn, moest er ook nog een hard-rubberen slijtzool onder de schoen aangebracht worden. Dat zou natuurlijk een slecht afwikkelende, onbuigzame “plank” opgeleverd hebben. Om toch nog voldoende afwikkeling te kunnen garanderen, werd de schoen zo’n centimeter hoger in de hak ten opzichte van de voorvoet. De zool liep onder de tenen nog wat extra op (teensprong genoemd), en zo werd er toch nog een redelijke afwikkeling bereikt.

Een bijkomendnadeel bleek, dat voor een groep hardlopers de schoenen met dempende zolen instabiliteit veroorzaakten: de van nature aanwezige pronatiebeweging van de voet (licht naar binnenzakken in de enkel) werd versterkt. Gevolg een heel scala aan blessures, variërend van voetzool- , achillespees- , knie, tot zelfs heupklachten. Daar werd dan weer met allerlei stabiliserende maatregelen wat aan gedaan. Een daarvan was het aanbrengen van een harder gedeelte in de dempende tussenzool. Zo was de zogenaamde antipronatie hardloopschoen geboren. Hardloopschoenen zonder zo’n antipronatieblok in de tussenzool werden voortaan “neutraal” genoemd. Helaas dekt de term neutraal niet de lading, want neutrale schoenen kúnnen zich totaal niet neutraal gedragen.

Ander looppubliek

De sport veranderde langzaam van alleen maar wedstrijdsport naar een meer algemene vrije tijd besteding. Er ontstonden meer en meer loopgroepen, en de atletiekverenigingen kregen steeds meer hardlopende leden. De typische hardloper bestond niet meer, want ook zwaardere mensen werden besmet met het hardloopvirus.

Er zijn ook steeds meer vrouwen gaan hardlopen, zodat tegenwoordig de verdeling mannen-vrouwen bijna 50-50 is.

Hardloopschoenen veranderden

De schoenen zijn in die periode ook steeds verdere geëvolueerd. Het is tegenwoordig mogelijk veel flexibelere tussenzolen en slijtzolen te maken. Het voordeel daarvan is, dat de schoenen niet per se meer een hogere hak hoeven te hebben. Minder materiaal, betekent lichter gewicht en dat is bij hardlopen nooit verkeerd.

De hardloopschoenen zijn in de loop der jaren echter ook véél zachter geworden. Dat kan niet altijd een voordeel worden genoemd, want zacht materiaal kan weer veel gemakkelijker inzakken, wat weer leidt tot een snel dempingsverlies, instabiliteit en overmatige rek aan allerlei structuren in voet en onderbeen. Een schoen voor harde ondergronden moet wel kunnen dempen, maar zachter is dus lang niet altijd beter. Een wedstijdloper zal zeker in zijn wedstrijden niet te zachte schoenen willen hebben, want dat levert veel energieverlies en snelheidsverlies op.

Veel mensen vinden een zachte schoen prettig, en daar hebben de merken op ingesprongen. Grote winkelketens letten bij de inkoop dan vaak ook alleen maar op dergelijk “first-feel” eigenschappen:  hoe ziet de schoen eruit als hij op de plank in de winkel staat, en zit de schoen lekker als je hem aantrekt. Maar die lekker zacht zittende schoen kan wel eens een stuk moeizamer lopen.

De hardloopschoenen uit de jaren ’80-90′ waren meestal schoenen, die naarmate je er langer op liep, steeds prettiger gingen lopen. Bij de huidige hardloopschoenen is het eigenlijk net andersom: die zitten/lopen in het begin het prettigst, maar gaan steeds minder lekker lopen. De levensduur van de moderne hardloopschoen is dan ook zéker niet groter dan de schoenen van 20 jaar geleden.

Blessures

Zoals voor elk wetenschappelijk onderzoek, geldt ook voor het onderzoek naar hardloopschoenen, dat de onderzoekers afhankelijk zijn van hun financiële middelen. En omdat die er nauwelijks zijn, zijn er ook niet veel goede, uitgebreide onderzoeken gedaan naar hardloopschoenen en hun effect op de hardlopers.

je kunt nog het beste beweren, dat je met goede hardloopschoenen geen blessures kunt voorkomen (te veel belasten en eerder doorgemaakte blessures blijken vooral een voorspellende waarde te hebben op het wel of niet krijgen van blessures. Maar door verkeerde schoenen kun je wel blessures oplopen. Een te zachte schoen bij een zwaardere loper vergroot de kans op kuitklachten/achillespeesklachten, een instabiele schoen kan knieklachten veroorzaken, een té corrigerende schoen kan heupklachten veroorzaken, etc., etc.