Omdat de hardloopschoenen steeds zachter en zachter werden, en dat in de meeste gevallen zeker geen voordelen bood, ontstond er deze eeuw het idee van “terug naar de natuur”. Die zachte zolen waren maar niks, en je kon beter op blote voeten gaan lopen. Nu is blootvoets lopen, wanneer voorzichtig opgebouwd, en op een natuurlijke ondergrond, op zich een extra training van de onderbeen- en voetspieren. Dus het kan voordelen opleveren.

Omdat de overgang van de dikke zolen naar blootvoetslopen, of bijna blootvoets op helemaal platte schoenen, voor velen een te grote overgang is, kwam er al snel een tussenvorm op de markt. Soepele hardloopschoenen, met een flexibelere en dunnere zool, waarbij de hak ook minder omhoog staat. Goed beschouwd lijken degelijke schoenen heel veel op de wedstrijdschoenen van 15-20 jaar geleden, wat ook logisch is. Wedstrijdlopers willen schoenen die snel af kunnen wikkelen, en nét voldoende demping bieden op harde ondergronden. Deze schoenen worden dan geplaatst onder natural running. Op zich niets mis mee, maar je moet er dan wel rekening mee houden, dat de duurzaamheid van de schoen minder zal zijn. Vooral zwaardere lopers/loopsters zullen maar weinig kilometers op dergelijke schoenen kunnen maken. Maar dat is dan de keuze die je maakt.

Dan zijn hiervan ook weer schoenen afgeleid, die weliswaar lager op de hak staan (ook wel lage “heeldrop” genoemd), maar tóch een dikke zool hebben. De meeste Saucony en Hoka One One zijn op die manier gemaakt, waarbij Hoka One One zelfs éxtra dikke zolen heeft. bij die extra dikke zolen blijft het weer opletten, dat je niet in de zool wegzakt, en daar vervelende klachten door oploopt.